Mooier dan door Ricky Gervais is het niet te benoemen. Figuranten die zichzelf dag in dag uit onscherp op de achtergrond laten plaatsen in films en commercials. Wie weet word je nog een keer ontdekt. “Meneer met die baard, de manier waarop u die pot asperges uit het schap haalt ziet er zelfs onscherp zo gelikt uit, hier is het telefoonnummer van Reinout Oerleworks. Noem mijn naam, jij eet voortaan alleen nog asperges in sterrenrestaurants.”
Ik ken ze die figuranten, allemaal. Ik ben er een van. Maar de laatste keer was ik plots ‘Jonas’ in plaats van ‘meneer met die baard’. En dan moet je oppassen. Geloof me, als figurant is het beter zo lang mogelijk anoniem te blijven. Verander je uiterlijk, bij voorkeur drie keer per dag. Gebruik alleen je echte naam op de factuur en leer niemand persoonlijk kennen. Overdrijf daar ook weer niet in want dan ben je arrogant, net als de man van Albert Heijn en Nick & Simon. Want -we- zijn allemaal weleens (terecht) genegeerd door ze, in de rij bij de cateringwagen. Dat vertellen we elkaar namelijk drie keer tijdens het wachten tot we eindelijk een schaduw mogen spelen op een vrachtwagen, terwijl Kapitein Iglo vissticks uitlaat. Maar dan met dt.
Het mooiste is de paniek in de ogen van ‘ons’ figuranten, wanneer de regisseur een ‘figu’ uitkiest om daadwerkelijk iets te laten doen of zeggen. Ik heb het van dichtbij meegemaakt. Jaloezie versus paniek van de bovenste plankenkoorts. Maar in de verte rook ik asperges.
“Hoe heet je?”, vroeg mijn reclameheld Aad Kuijper over de schouder van de regisseur, terwijl ik close-up het beeld deelde met een evenzo condenserende Grolsch-beugel. Crap, nu kon ik niet meer terug. Hoe vervelend dat mijn twee jaar durende undercover reclame-infiltratie, vermomd als figurant, hier de laatste take in ging. Doordat ik mezelf moest heten. Want als ik straks uit handen van diezelfde Aad, onder een andere naam, aan de andere kant van de camera, een ADCN-lamp in ontvangst neem, loop ik heel hard tegen diezelfde lamp. “Hoe heet je?!” vroeg de regisseur nu. Zeg ‘t, dacht ik. Zeg iets… Zeg ‘t nu!! “ASPERGES! Uhm Jonas heet ik. Sorry.”
“Wow” fluisterde een onscherpe dame mijn kant op, “je komt nu helemaal in beeld!”. Ik probeerde haar te negeren maar het lukte niet. “Vet hè”, fluisterde ik terug. “Dat was Aad Kuijper. En hij negeerde me niet!”








